Durfplek2

Je werkplek is je durfplek: een vrijplaats om elkaar direct aan te spreken

Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat ik in nette en keurige organisaties werk. Ik heb nog nooit gillende of scheldende mensen achter elkaar over de gang zien rennen of mensen die tijdens bijeenkomsten woedend op de grond gaan liggen stampen en schreeuwen (zoals mijn heerlijke peuter van twee). Maar recent werd ik weer getriggerd dat al die netheid en keurigheid mooi is verpakt. Ik was deelgenoot en onderdeel van diverse situaties waarin redelijk bedekt een ‘robbertje’ werd gevochten.

Onthoud dat er altijd meer speelt dan vooraf verteld wordt

In één van die situaties werkte ik al een tijdje samen met medewerkers aan een opgave en werd het tijd om plenair met alle relevante betrokkenen het voorstel aan de leidinggevenden te presenteren. Met ons voorbereidingsgroepje hadden we de taken verdeeld. Iemand haakte echter voortijdig af, de ander moest onverwachts eerder weg tijdens de presentatie en de laatste man hield zich tijdens het gesprek wat afzijdig. Het gesprek verliep vreemd, er hing een rare sfeer en alle ogen keken naar de ingehuurde derde. Ik presenteerde het voorstel, nam alle suggesties – vooral kritiek in ontvangst – en ‘we’ kregen een aangepaste opdracht. Op dat moment was ik enigszins verbaasd. ‘Waar waren al die leuke individuele mensen – met hart voor de zaak die ik eerder gesproken had – gebleven? Ik liet het voor daar bij de inhoud, maar pas later viel het kwartje waarom ik was gevraagd om mee te denken. Ik herinnerde mij de wijze les van een oud-collega. Hij vertelde dat bij elke start van een nieuw traject – onbewust en onbedoeld – informatie over problemen achterwege blijft. Er speelt altijd meer dan je denkt, anders word je niet gevraagd om mee te denken.

De strijd wie het voor het zeggen heeft

In een andere situatie was een aantal bijeenkomsten gepland om met een gezelschap een aanpak te bedenken voor een nieuwe koers voor een organisatie. In de tweede bijeenkomst zaten we in een andere samenstelling bij elkaar omdat ik iemand had uitgenodigd vanwege zijn deskundigheid op dit thema. Tijdens het overleg ontpopte zich een soort machtsstrijd tussen twee personen. Je zag het patroon voor je ogen afspelen. Wat de een dan weer voorstelde, vond de ander bij voorbaat geen goed idee. Hanengedrag en bewijsdrang alom. Er ontstond eigenlijk onder de tafel een discussie wie het meest ‘competent’ was. De dominante ander won, de ondergeschikte trok zich terug. Iedereen vertrok met een onbehaaglijk gevoel. In subgroepjes werd op de gang nagepraat.

Durf ontbreekt om elkaar direct aan te spreken

En daarnaast kwam ik zelf in gedoe terecht met enkele collega’s. We kwamen afwisselend in rollen van aanklager, redder en slachtoffer terecht (Karpman, 2015). Het ging niet om de inhoudelijke taak, maar om iets wat al een tijdje onderhuids sudderde en nu tot een climax leek te komen. Het ook zelf weer aan den lijve ervaren van ‘gedoe’, maakte dat ik scherper zag wat volgens mij de rode draad is die door al deze situaties loopt. We durven elkaar niet direct aan te spreken op gedrag. Door opeenstapeling van negatieve gevoelens ontstaat van lieverlee wantrouwen. Van een afstandje lijkt dan alles wel keurig en netjes, maar iets dichterbij zie en voel je het. Noem het conflict, ruzietje, onbegrip, akkefietje, gedoe, roddelen, verzet, sabotage, kibbelarijtjes, een kwestie, issue of weerstand. Waarom is aanspreken en uitpraten zo lastig?

Positief herwaarderen en tegenstellingen onderzoeken

In ons boek ‘Spelen met weerbarstigheid’ schrijven we over onze ervaringen binnen politieteams met ‘gedoe vermijden’ en manieren om ‘gedoe op tafel te krijgen’ (hoofdstuk 5). Ik heb het overigens niet onderzocht, maar weet uit ervaring dat het vermijden van gedoe ook speelt in brandweerteams en crisisteams. Ik denk eigenlijk met regelmaat in elk team. En overal leidt het tot onbalans. De zorg voor de ander wordt uit het oog verloren (‘relatie’). Het realiseren van eigen doelen en belangen komt op de voorgrond (‘autonomie’).

Met het collegiale team hebben we de ervaren tegenstellingen op tafel gelegd. Als je als veranderaar bij anderen stelt dat je gedoe positief moet herwaarderen, dan moet je dat toch op zijn minst zelf ook toepassen? Vanuit positieve energie en goede intenties hebben we onze samenwerkingservaringen besproken, onze gevoelens daarbij en welk gedrag en welke houding dit bij een ieder tot gevolg had. Ik kan niet anders zeggen dan dat het een waardevolle en verhelderende functie had. De tegenstellingen over goed advieswerk deden er toe en vulden mijn eigen perspectief over ons vak weer aan. En ik leerde mijn collega’s beter kennen. Zo lang de aanloop, zo verassend snel was het ook weer voorbij.

Spreek uit wat je tegenkomt

Mijn eigen inzicht is de oproep voor nu. Meer te durven en gewoon te doen. Spreek elkaar direct aan op gedrag wat je leuk en minder leuk vindt. Laat het niet sudderen en oplopen. Voorkom dat conflicten in de relationele sfeer terechtkomen, hanteer ze op het niveau van de taakinhoud en het taakproces. Organiseer een uitpraatmoment met iedereen erbij, anders slaat het nergens op (Swieringa & Jansen, 2013). Wacht niet totdat je leidinggevende er klaar voor is of ga niet eerst een cursus ‘feedback geven en ontvangen’ volgen. Doe het gewoon. Kom uit de groef als consument van gedoe!

Via Daan Roosegaarde leerde ik het woord ‘durfplek’, een vrije ruimte met minder regels. Ook al gebruikt hij dit woord in een andere context, volgens mij hoef je geen aparte durfplek te creëren. Zie je werkplek gewoon als durfplek. Zie jezelf als veranderaar, die niet voorzichtig is en rechtstreeks doet! Zeg echt wat je vindt, wat je raakt en waarom je er last van hebt. Gebruik juist wel je emotie, omdat je dan dichter bij jezelf blijft. Vertrouw op je eigen geloofsbrief en leg die op tafel. Als je betrokkenheid en goede bedoeling oprecht is, dan heb je toch niets te verliezen? Openhartig zijn krijgt de waardering, toch?

Komende week ga ik starten met een nieuwe klus. Ben benieuwd hoe netjes en keurig deze organisatie weer is en of ik de durfplek zelf pak. Zo niet, dan kan ik altijd nog woedend en gillend op de grond gaan liggen. Maar dat is wel mijn allerlaatste alternatief om het gesprek over onderhuids gedoe op gang te brengen.