Banner Bouwvakkers

De Nationale Politie heeft een tekort aan competente bouwvakkers

In het Parool van maandag 28 september 2015 stond een opinieartikel van mij over de vorming van de Nationale Politie met de titel ‘Te veel ambities bij reorganisatie’. Ondanks dat deze titel ook wijst op een oorzaak voor het moeizame veranderproces van de politie had de titel die boven dit blog staat meer recht gedaan aan de kern van de boodschap. Ik heb de inhoud van het artikel in Parool vrijwel ongewijzigd overgenomen in dit blog.

Het nieuws over de vorming van ons nationaal politiekorps wordt beheerst door reorganisatieperikelen, financiële problemen en vertraging. Toen minister Van de Steur eind augustus het plan presenteerde om de knelpunten op te lossen, benadrukte hij dat de winkel wel openblijft tijdens de verbouwing: het is dus een prestatie dat de politie een grootschalig veranderproces combineert met het uitvoeren van politiewerk.Goedbeschouwd moet men wel concluderen dat dit holle retoriek is. Ik ken geen organisatie die in tijden van grootschalige verandering heeft gezegd: we zijn er even niet. Sorry. We zijn aan het verbouwen.

De metafoor van de verbouwing is wel goed te gebruiken voor het duiden van het moeizame veranderproces van de politie. Een complexe verbouwing van een winkel vraagt om een doordacht ontwerp en een goed bouwproces. De architect behoort te zorgen voor een ontwerp dat uitvoerbaar is. De aannemer is verantwoordelijk voor een goed bouwproces met competente bouwvakkers. Een goed ontwerp is misschien het halve werk, maar ook niet meer dan dat. Je verbouwt er nog niets mee.

Dan de vorming van het nationale politiekorps. De architecten zijn de afgelopen jaren vol goede bedoelingen aan de slag gegaan. Er is een batterij aan plannen opgeleverd waarin het nationale korps is beschreven. De grote lijnen van de verbouwde winkel staan in het ontwerpplan (oktober 2011) en het inrichtingsplan (december 2012). Hoe de winkel moet gaan werken, staat in een groot aantal werkingsdocumenten. Voor iedere afdeling is er minimaal één. Plannen voor de aanpak van de verbouwing zijn er ook. De hoofdlijnen staan in het realisatieplan (december 2012), dat recent is ‘herijkt’ (augustus 2015) vanwege de moeizaam lopende verbouwing. Meer details zijn te vinden in programmaplannen en projectplannen. Op papier ziet het er indrukwekkend uit.

De worsteling van de politie zit in de stap van ontwerpen naar verbouwen. Hierbij wordt door minister en korpsleiding gewezen op de complexiteit van de verbouwing. Van zevenentwintig winkels moet één winkel worden gemaakt. De ambitie gaat echter veel verder dan dat: een nieuw interieur, nieuwe ICT-systemen, ander gedrag van leidinggeven en medewerkers en ga zo maar door. Alles wordt tegelijkertijd gedaan. Een complexe verbouwing hoeft geen onmogelijke verbouwing te zijn. Met competente bouwvakkers kan stapsgewijs te werken worden gewerkt vanuit hoe het is naar hoe het zou moeten zijn. Maar op dat punt schiet de politie tekort: er zijn te weinig competente bouwvakkers. Te veel mensen starten vanuit de papieren werkelijkheid en te weinig mensen nemen de geleefde werkelijkheid als uitgangspunt.

De voornaamste ‘bouwvakkers’ van het nationale politiekorps zijn de (nieuwe) leidinggevenden van de vele afdelingen en teams. Hun eerste prioriteit is om er, samen met hun medewerkers, voor te zorgen dat het dagelijks werk doorgaat; dat de winkel open is. Veranderingen doorvoeren gebeurt tussen de bedrijven door en naar beste vermogens. Die vermogens zijn zeker niet altijd voldoende om complexe veranderingen te realiseren. En de adviseurs die verstand behoren te hebben van veranderprocessen houden zich vooral bezig met de papieren wenselijkheid. Het zijn architecten, geen bouwvakkers.

Als de verbouwing over een paar jaar klaar is, zien de meest zichtbare aspecten van de organisatie er vermoedelijk best goed uit. Er staat één winkel, overal hangen bordjes met de nieuwe afdelingsnamen, de medewerkers zijn ‘geplaatst’, de interne systemen en procedures zijn redelijk in gebruik. Op de minder zichtbare aspecten van de organisatie is veel minder winst geboekt. Het gedrag van medewerkers en de manier waarop het werk wordt gedaan, zijn nauwelijks veranderd. Die laten zich namelijk niet ontwerpen, maar vragen om ambachtelijk knutselwerk. De slotsom is dan dat de essentie van de politieorganisatie niet is aangeraakt. Er is aan randvoorwaarden gesleuteld. Daardoor is het uiteindelijke streven niet bereikt. Iedere klant weet uit ervaring immers dat de kwaliteit van de dienstverlening door het gedrag van medewerkers wordt bepaald.